Koen Greven

Ralph Milliard (27) is na een acht jaar durend honkbalavontuur in de Verenigde Staten weer terug bij zijn oude club HCAW.

'Amerika is een gesloten boek. Ik speel nu alleen nog voor mijn plezier.'

Ralph Milliard: 'Ik heb overal schijt aan'. (Foto: NRC Handelsblad)
Zijn ultieme jongensdroom is voorbij. De grens van zijn geduld, zijn strijdlust en zijn lichaamskracht om door te vechten voor een vaste plek in de Major League was twee weken geleden bereikt. In een tijdsbestek van slechts een paar dagen leverde de 27-jarige Ralph Milliard zijn contract in bij de Cleveland Indians, pakte zijn spullen en vloog naar Nederland. Daar meldde hij zich bij zijn oude club, het Bussumse Mr.Cocker/HCAW. Een abrupt einde van zijn professionele honkbalcarierre.
Na ruim acht jaar maakte Milliard gisteren met een 7-1 overwinning zijn rentree in de Nederlandse competitie tegen het Rotterdamse Sparta/Feijenoord. 'Hoe het ging? Kut. Dat kon iedereen toch zien', was alles wat hij na afloop van zijn matige optreden voor een paar honderd man in Bussum te zeggen had.
Milliard werd anderhalve week geleden na zijn Amerikaanse avontuur waarin hij speelde bij de Florida Marlins, de New York Mets, de Cincinnati Reds, de San Diego Padres en de Cleveland Indians met open armen ontvangen in de selectie van de Honk- en Softballclub Allen Weerbaar (HCAW). Als een verloren zoon die vaniut het niets terugkeerde op het oude nest. Als een geschenk uit de hemel, want HCAW's titelkansen zijn plotseling toegeomen. 'Het is alsof we Marco van Basten erbij bebben', zei Milliards ploeggenoot Clive Mendes gisteren. 'Ik speelde vroeger hier bij HCAW al met Ralph samen in het eerste team. Hij is een hele goede honkballer. Altijd al geweest overigens.'
Milliard bleek al vanaf zijn prilste jeugd een uitzonderlijk talentvolle honkballer. Waar andere jongens duizenden keren moesten oefenen met gooien en vangen, bleek hij een natuurlijke aanleg te hebben. Op zijn vierde kreeg de in Willemstad (Curaçao) geboren Millard zijn eerste knuppel in handen gedrukt op bet Caribische eiland waar honkbal vele malen populairder is dan voetbal. Toen Milliard - op Curaçao Kapi genoemd naar zijn overleden hond-op 11-jarige leeftijd metzijn ouders naar het Utrechtse Soest verhuisde, bleef hij zijn sport trouw. Hij meldde zich aan bij de Soester Knickerbockers.
Floor Blauw, die voorheen betrokken was bij nationale jeugdkampen waar clubs hun grootste talenten op gezag van de bond naartoe stuurden, kan zich zijn eerste ontmoeting met Milliard nog goed voor de geest balen. De destijds 13-jarige Milliard was door zjjn Soester club naar een jeugdkamp in Amersfoort afgevaardigd. Blauw herkende het talent in MIllard en gaat sindsdien door het leven als zijn 'ontdekker'. 'Hlj was verschrikkeijk atletiscb. Had een bal direct onder controle'.
Blaauw bracht Milliard onder bij HCAW, waar hij al op zijn zestiende deel uitmaakte van het eerste. Een jaar later riep voormalig bondscoacb Jan-Dick Leurs hem op als korte stop voor de nationale ploeg. Op sportief gebied ging het hem voor de wind, maar op mentaal vlak had hij problemen. Millard heette een lastige jongen te zijn. Blaauw weet nog hoe 'nors en dwars' zijn pupil kon zijn. 'Als hij niet goed had gespeeld, kroop hij in zijn schulp. Dan had je helemaal niets meer aan hem. Hij kon niet incasseren. Als je altijd je kop in de wind gooit, kan dat wel eens tegen je werken.'
In 1992 was het stugge karakter voor de Florida Marlins geen reden om het talent links te laten liggen. Milliards eerste stap op weg naar een droom was een feit. Om te 'rijpen' werd hij door de Major League-organisatie ondergebracbt bij Charlotte, een zogeheten Triple A-team (de op één na hoogste afdeing). Ruim drie jaar moest Millard wachten totdat hij in mei 1996 zijn debuut maakte in 's werelds grootste honkbalcompetitie. Samen met de Colombiaan Edgar Renteria - nu een grote ster bij de Cardinals-werd hij opgeroepen om de geblesseerden Quilvio Veras en Kurt Abbott te vervangen.
Zijn debuut in de Major League, met de Marlins tegen de Chicago Cubs, bekroonde hij met een honkslag. 'Ik was heel nerveus", bekende hij vorige week in de HCAW-kantine. 'Dat debuut gaf me een heel blij gevoel.' In 1996 wonnen de Marlins de World Series, maar Milliard spedde in de finale geen minuut mee.

In 1997 moest Millard ondanks 24 optredens bij de Marlins en een uitstekende seizoensvoorbereiding zich weer melden bij Charlotte. Ook dat jaar kreeg hij kansen, maar de definitieve doorbraak bleef uit, mede door blessures. Een jaar later was de Nederlander onderdeel van een ruil tussen de Marlins en de Mets. In New York speelde Milliard weiswaar zo'n tien keer in de hoofdmacht, maar een vaste kracbt werd hij nooit. Milliard kwam vetvolgens via de Cincinnati Reds en de San Diego Padres terecht bij Cleveland Indians. Dit voorjaar trainde hij nog met grootheden als de Venezolaan Omar Vizquel en de Dominicaan Roberto Alomar. Maar aan het begin van bet seizoen moest Milliard zich melden bij de Buffalo Bisons, een triple-A team. Toen hij twee weken geleden van zijn zaakwaarnemer hoorde dat de Indians nog een speler voor zijn positie hadden gekocbt, wist hij genoeg: Korte-stop Millard gooide de handdoek in de ring.

'Ik kreeg opeens een telefoontje van Ralph', vertelt Ron Jaarsma, algemeen manager en boofdsponsor van HCAW. 'Hij zag het niet meer zitten. Hij zat stuk. Hij vroeg of hij terug mocht komen bij HCAW. Twee dagen later was hij hier.'

Bondscoacb Robert Eenhoom, zelf ooit actief bij de New York Yankees, selecteerde Milliard vorige week direct voor het nationale team. Vorig jaar nam Millard in de aanloop naar de Olympiscbe Spelen nog afscbeid na een aanvaring met toenmallg bondscoach Jan Dick Leurs. 'Die man respecteerde mij niet. Nou, dan respecteer Ik hem ook niet. Als je met een coach niet kunt opschieten, moet je weg blijven.' Milliard deed vervolgens onder de Amerikaanse bondscoacb Pat Murphy wel mee aan de Spelen waar Nederland verraste door Cuba te verslaan.

Leurs, die sinds zijn vertrek vorig jaar als bondscoach niets meer met het honkbal te maken wil hebben, reageert furieus als hij geconfronteerd wordt met de uitlatingen van Milliard. 'Elk woord over de heer Milliard is er eigenlijk één te veel. Ik geen respect? Dat hij de gore moed heeft om dat te zeggen. Hij ging zomaar uit zichself in een wedstrijd op het tweede honk staan. Hij had gewoon maling aan mij als coach. Daar heb ik hem toen wat van gezegd. Want ik was de baas en niet hij. Hij is toen weggegaan zonder ook maar iemand van de begeleiding te bedanken of een hand te geven. Dat is Milliard. Ik heb hem nota bene op zijn zeventiende laten debuteren in het Nederlands team. ALs hij goed naar mij of naar anderen had geluisterd, had Milliard nu nog in de Major League gespeeld. Maar hij had het juiste karakter niet. Kijk maar eens hoeveel clubs hij heeft versleten de algelopen jaren.'

Millard zegt zijn eigen karakter te kennen. 'Ik heb overal schijt aan. Ik denk niet altijd na voor ik iets doe. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar.' Maar hij zegt nog geen seconde spijt van zijn beslissing te hebben gehad om terug te keren naar Nederland. Hij is naar eigen zeggen 'klaar voor een nieuw leven'. Na een gevecht van jaren om een plek in de Major League is hij toe ann levensgeluk. 'Amerika is een gesloten boek. Daar ben ik helemaal klaar mee. Ik heb er veel geleerd, veel ervaring opgedaan. Maar de realiteit is dat ik niet goed genoeg was. Nu krijg ik een leven van wetken, slapen en eten. Ik ga nu voor mijn plezier honkbalien. Ik ben de afgelopen jaren niet gelukkig geweest. Ik moest steeds maar ales slikken en doorgaan. Nu ben ik weer tbuis en voel ik me eindeijk weer gelukkig. Dat is ook wat waard.'