Van onze speciale verslaggever
maandag, 21 augustus 1978

Nederland klopt Japan op spectaculaire wijze

FAVORIET IN VERLENGING TEN ONDER

HAARLEM - „Wij hebben gewoon een goede ploeg". De eerste reactie van werper Martin Ronnenbergh na de spectaculaire 2-1-overwinning van de nationale honkbalploeg op Japan was ontwapenend. Alsof winnen van een van de grootste favorieten van het komend wereldkampioenschap in Italie heel normaal was.

Minutenlang scandeerde het publiek na afloop van de wedstrijd, die pas in de elfde gelijkmakende inning werd beslist, „Holland, Holland". Dolblij namen de mannen van Ernie Meyers. die gisteren overigens opnieuw werden gecoacht door kroonprins Hamilton Richardson, de ovaties in ontvangst.

Misschien was de kwalificatie van Martin Ronnenbergh iets overdreven maar feit is dat Nederland tegen de nog ongeslagen Japanners een zeer sterke partij speelde. Een heel verschil met de wedstrijd van vrijdag, Toen de Oranje ploeg tegen Zuid-Korea erg veel fouten maakte. Zelden heeft de nationale ploeg veldwerk afgeleverd dat vergeleken kan worden met dat van gisteren.

Charles Urbanus, de korte stop, die tegen Zuid-Korea een paar keer lelijk in de fout ging, speelde verdedigend een prima partij. Ben Richardson, die als slagman de bal geen enkele keer goed kon raken, leverde als rechtsvelder klassewerk af. Vier prachtige vangballen, de ene nog spectaculairder dan de andere, werden achter zijn naam genoteerd.

Maar ook de anderen verdienden lof. Boudewijn Maat bijvoorbeeld voor zijn reactie in de tweede inning. Hij liet In-oue rustig het eerste honk aantikken, maar verijdelde met een streep op catcher Raul Smit de scoringspoging van Seki.

Werper Martin Ronnenbergh deed veel meer dan de Japanse slagploeg onder controle houden. Maar liefst negen keer was hij betrokken bij het uitmaken van een Japanner op het eerste honk. De werpcijfers van Ronnenbergh waren na elf innings wat vreemd. Hij gooide slechts twee keer „drie slag" (voor de eerste maal in de zevende inning), liet negen man middels ,,vier wijd" naar het eerste honk vertrekken, maar kreeg het minimale aantal van drie honkslagen tegen. Vooral dat laatste was een opvallende prestatie, want de Japanners sloegen tot nu toe in de Honkbalweek gemiddeld tien honkslagen per wedstrijd.

Knap dubbelspel

De opdracht die Ronnenbergh van Ernie Myers had meegekegen, was simpel: „Gewoon vijf super-innings gooien", had de Amerikaan zijn blonde werper ingefluisterd. „Daarna zien we wel weer". Ronnenbergh vervulde zijn opdracht, al gebeurde het niet in de eerste vijf innings. Hij gooide in de eerste Japanse slagbeurt twee keer vier wijd en kreeg in de tweede twee honkslagen tegen. Directe gevolgen had het echter nog niet. omdat het Nederlandse veld al direct bewees in vorm te zijn. Het knappe dubbelspel, dat een einde maakte aan de eerste inning, tussen Urbanus, Wedman en Maat was daarvan een duidelijk bewijs.

Het enige waar de Nederlanders geen vat op konden krijgen, was het honk-stelen van Japan. Nu is dat niet zo verwonderlijk, want de Aziaten zijn razendsnel. En vooral dan Mitsugu Kobayashi, die gisteren zijn totaal van vier gestolen honken verdubbelde. Hij was ook de maker van het enige Japanse punt. Na een honkslag stal hij het tweede en derde honk, waarna Hi-no hem binnensloeg. De honkslag van Kobayashi was de laatste die Ronnenbergh tegen zou krijgen.

De gelijkmaker van Nederland volgde in de vierde inning. Paul Smit, die door een honkslag op het eerste kussen was gekomen, werd door Urbanus verder geholpen. Een forse klap van Boudewijn Maat stelde Smit in staat te scoren. Het bleef echter zeer lang bij die 1-1-stand. De volledige negen innings brachten geen beslissing. Een verlenging was derhalve noodzakelijk.

Japan had inmiddels zijn sterkste werper, Mori, ingeruild voor Fukuma. Deze hield stand tot de elfde inning. De enige fout van de wedstrijd (een foutieve aangooi van korte-stop Kawabe) bracht Smit op het eerste honk. Urbanus volgde met een honkslag. En toen Fukuma Richardson opzettelijk vier wijd gaf, had Nederland alle drie honken in handen.

Historie

De beslissing kon elk moment vallen. Smit deed een eerste poging te scoren, maar sneuvelde op een prachtige aangooi van Saito naar Murakami. De winnende tik, op een worp van derde pitcher Tohki, kwam van Jos Kervers, die de plaats had ingenomen van de falende aangewezen slagman Louis Jacobs. Op de opofferingsstootslag van Kervers kon Urbanus scoren. Nederland had historie geschreven en de tiende Haarlemse Honkbalweek gered, want een overwinning van Japan zou hebben betekend, dat de eindwinnaar al had vastgestaan.

Zaterdag zorgde Zuid-Korea ook al voor een verrassing. Cuba, dat de juiste vorm te pakken leek te hebben, werd met 4-2 verslagen. Grote man bij de Zuid-Koreanen was Bong Yen-kim, die een homerun sloeg en twee ploeggenoten in staat stelde te scoren. Ook Hae Chong-park knalde de bal het stadion uit. Pedro Rodriguez deed hetzelfde voor Cuba.

Japan-Australië was een eenzijdige wedstrijd. De Japanners waren duidelijk sterker (de werpers gooiden slechts één keer vier wijd en kregen maar twee honkslagen tegen), maar konden in de vijf innings toch niet scoren.

Daarna echter stortte de Australische werper, Brian Wonnacott in en Japan kon zeer simpel een 8-0 overwinning aan het totaal toevoegen.

Cuba won gisteravond met 10-3 van Australie.