4 juli 1941

Hoe speelt men honkbal ? IV

FOUTSLAGEN

<> (Foto: De Bussumsche Courant)
ZOOALS u nog weet kwam er van de slagpartij nog wel een over het thuishonk, doch een run leverde dit niet meer op, omdat het gebeurde bij het uitgaan van den derden slagman.

Met 0-0 is dus gewisseld en de partij, die nu aan slag komt, heeft derhalve een goede kans om na de eerste innings een voorsprong te nemen.

De werper is er echter blijkbaar nog niet in, want de eerste drie ballen gooit hij zoo slecht, dat de batter er totaal geen moeite mee heeft den bal goed te beoordeelen.

De werper neemt wat meer tijd voor zijn vierde worp.

Het resultaat van zijn concentratie bij het werpen was nog wel niet zoo buitengewoon, de bal was ook nu nog wijd", doch de slagman heeft toch geslagen en gemist, dus is het nu 1-slag en 3-wijd.

Waarom de slagman den bal dan niet heeft laten gaan, waardoor hij met 4-wijd recht op een vrijen loop naar het eerste honk zou hebben gekregen?

Een kwestie van karakter, of, zoo u wilt, inzicht van den batter, die een keus uit verschillende mogelijkheden had.

Het kan zijn, dat de man meende met een „slagbal" te doen te hebben, maar het kan evengoed zijn, dat hij zijn slagcapaciteiten overschatte en veronderstelde ook dien „wijdbal" wel te kunnen slaan.

Bovendien, hij had immers 3-wijd en het is lang niet uitgesloten, dat hij het maar eens probeerde met de gedachte: „Ik heb toch al 3-wijd en nog geen enkelen slag tegen."

Nu echter kan hij er zoo althans niet meer over denken en dat doet hij ook niet, want op precies zoo'n zelfden bal als de vorige maal slaat hij nu niet.

De hoofdscheidsrechter roept nu „wandelen", trouwens dat deed de slagman reeds uit zichzelf; met 4-wijd gooide hij zijn knuppel neer en ging rustig naar het 1e honk.

De achtervanger wil nu een trucje uithalen, want in plaats van den bal weer naar zijn werper terug te gooien, rolt hij dezen als het ware achter de tegenstander aan.

De honklooper heeft er blijkbaar geen erg in, dat de bal bijna gelijktijdig met hem in het 1e honk is terecht gekomen, doch tot zijn geluk laat hij het honk niet dadelijk los als hij er eenmaal op geweest is.

De bal ligt nog op den grond en met een, slinksche beweging heeft de 1e honkman hem nu opgeraapt, doch zoo handig heeft hij het niet kunnen doen, of een der tegenstanders heeft het ontdekt. Wel letten zij even niet op het spel, omdat men elkaar moest vragen wie er nu aan slag was, maar toevallig zag een hunner den truc toch, waarop hij den honklooper toeriep het honk niet los te laten.

Niet alleen de achtervanger en de 1e honkman hadden aan dezen truc „deelgenomen", ook de werper was er bij betrokken, want hij nam een houding aan alsof hij den bal in zijn hand had, doch ondanks dit alles is de opzet mislukt en de 1e honkman werpt den bal maar naar zijn pitcher toe.

De honklooper, die zoo juist nog gevaar liep, bij verrassing uitgetikt te worden, is nu erg voorzichtig geworden en durft zich slechts een meter van zijn honk te verwijderen, waarbij hij dan nog zijn handen in de richting van dat 1e honk houdt.

Dit doet de man om bij een onverwachten aanworp van den werper naar het 1e honk snel voorover te kunnen vallen met een hand aan het honk.

Doch als dan de pitcher op zijn plaats is gaan staan en de beweging van, een worp naar den tweeden slagman heeft ingezet, start de honklooper snel naar het 2e honk en heeft geluk.

De achtervanger gaf weliswaar, met zijn bloote hand naast de zwaar gehandschoende hand, aan zijn werper een teeken om zoo snel mogelijk op te gooien en deze deed het ook inderdaad, maar in zijn haast heeft de vanger den bal even laten vallen.

Dit kostte natuurlijk tijd, en de honklooper kon daardoor het 2e honk eerder aanraken dan de 2e honkman den bal in zijn bezit had, om daarmee den honklooper tijdig te kunnen uittikken.

De meer snelle dan zuiver gedane worp naar den slagman was een wijd. doch de volgende worp was beter en de slagman kon dan ook moeilijk anders doen dan probeeren den bal te raken — de scheidsrechter zou immers evengoed slag afgeroepen hebben, omdat de worp aan alle eischen voldeed.

De batter heeft den bal wel geraakt, maar slechts half en met een wijden boog schampt de bal van het slaghout in het „foutgebied".

In het volgende artikel gaan we nader op deze foutslagen in, doch deelen u alvast mede, dat de batter evengoed aan slag blijft, waarbij de scheidsrechter nu afroept 1-slag en 1-wijd.