3 juli 1941

Hoe honkbal gespeeld wordt

De tegenstander is aan slag

<> (Foto: De Bussumsche Courant)
IN de beide vorige artikelen gaven we o.a. enkele manieren aan, waarop een speler „uit" kan gaan.

Er waren in den voor onze uiteenzetting van het spel gefantaseerden wedstrijd twee spelers „uit". Alvorens de partijen kunnen wisselen, de veld-partij aan slag komt en omgekeerd, moeten er 3 uit zijn, derhalve gaat de slagpartij nog verder.

Nummer 1 was op 3-slag uitgegaan en zijn opvolger had weliswaar door het niet vangen van den catcher het 1e honk kunnen bereiken, doch zooals u nog weet, deed hij daarna te gewaagd, met als gevolg een tweede „dooie".

Nummer drie staat heel .rustig in zijn Slagperk, laat driemaal een wijdbal voorbij zich flitsen, doch ondanks het advies van zijn medespelers om op 4-wijd te spelen, „legt hij het hout er op.”

Dat doet de man zoo goed, dat de bal zelfs nog voorbij den middenvelder (8) terecht komt en onder de enthousiaste kreten van medespelers en publiek snelt hij weg.

Via het 1e honk (3) dat hij niet verzuimt onder het loopen door nog aan te raken, bereikt hij veilig het 2e honk (4), maar als hij dan in zijn overmoed ook het 3e honk (6) tracht te „stelen" komt hij in groot gevaar.

De middenvelder is natuurlijk niet kalm den bal blijven nakijken, hij weet nu eenmaal, dat honkbal een spel van snel reageeren en handelen is. Met een snelle spurt heeft hij den bal te pakken gekregen, ineens op het 3e honk spelen kon hij niet goed, maar geen nood, er is ook nog een korte-stop (5) in de ploeg.

Die korte-stop, die u daar bijna steeds tusschen het 2e en 3e honk zag staan, heeft dit voorzien en helpt den afstand wat overbruggen, waarna hij den bal doorzendt naar den 3en honkman (6).

Het publiek en de spelers zijn nu een en al aandacht; zal de overmoedige honklooper nog met den bal aangetikt worden voordat hij het 3e bereikt heeft of zal hij een goede „sliding" maken? Inderdaad de honklooper doet het laatste, al is het nog wel niet geheel volgens Amerikaansch recept. Op een meter of vier nog van het honk af, zag hij den bal naar den 3en honkman suizen, inhouden gaat niet meer — hij honkbalt op gymnastiekschoentjes en niet op echte honkbalschoenen! — dan maar een duik naar het honk en zoowaar het lukt!

Hij heeft het namelijk vrij goed gedaan, niet met zijn hoofd naar voren, maar met zijn onderdanen in de gewenschte richting. De man op het 3e honk moest nu een extra bukkende beweging maken om hem met den bal te raken, daarvoor had hij altijd weer een fractie van een seconde meer noodig en daaraan heeft de overmoedige honklooper het te danken, dat hij „in" is. De veldscheidsrechter — bij belangrijke wedstrijden zijn er zoo drie — wijst in de richting van moeder aarde en de 3e honkman doet alsof hij den bal naar zijn werper gooit.

De honklooper is echter geen nieuweling in „het vak" en houdt rustig contact met het kussen; hij heeft goed opgelet en laat eerst het honk weer los als de bal werkelijk bij een ander is. Die ander was de werper, die echter nog niet op zijn plaat gaat staan om zich op den vierden slagman te concentreeren, hij wil namelijk zijn kans toch nog waarnemen.

Ineens doet hij een stap in de richting van het 3e honk, gooit hard en zuiver naar den bewaker van dat honk, doch het lukt niet, ook niet bij de hernieuwde pogingen, want telkens laat de honklooper zich bliksemsnel op het honk vallen.

Dan stapt de pitcher eindelijk maar op zijn plaats en gooit naar den slagman, die (veronderstellen we) den bal vrjj goed raakt. Hij slaat hem wat hoog en de linksvelder (7) is er als de kippen bij om den bal ineens te vangen. Daardoor is de slag „uit", zoodat thans in totaal van de slagpartij drie spelers uit" zjjn. Er is nog niemand „binnen" kunnen komen en voldaan gaat nu de veldpartij aan slag, een 0-0 stand en nog een slagbeurt minder gehad.

Een volgende keer zetten we den wedstrijd met de tegenpartij aan slag dus voort, al heeft de achtervanger van de andere partij zoolang geen werk om zijn masker op te zetten en zijn lichaam- en kniebeschermers aan te trekken. In dit geval was hij al „aangekleed", omdat hij reeds aan heeft zien komen, dat het gauw „wisselen" zou zjjn.