27 juni 1941

Hoe wordt honkbal gespeeld ?

Een ideale zomersport

IN BUSSUM valt een krachtige opleving voor het honkbalspel te constateeren. De H.C. '38 speelt in de competitie van den Ned. Honkbalbond en slaat daar een zeer goed figuur. Om dit spel, dat tot de meest ideale sport in de zomermaanden behoort, wat meer bekendheid te geven, zullen wij in een reeks artikelen uiteen zetten hoe men het honkbalspel beoefent.

Een doel, als bijvoorbeeld bij voetbal, rugby en hockey, ontbreekt bij honkbal. Ook zult ge er een mand of iets dergelijks missen, doch wat ge er wel zult aantreffen, is een tweetal stevige rubberplaten en drie kussens oftewel honken, die daar liggen precies in een vierkant van 4 x 27 1/2 meter, dus 110 meter in totaal, een pracht afstand voor iemand, die zich een sprinter voelt of het wil worden, zonder zich op dit onderdeel van zijn training te willen specialiseeren.

Ziedaar meteen reeds een der groote voordeelen van honkballen, zonder zich b.v. op de sprint toe te leggen wordt men door die korte sprintjes van 27 1/2 meter ongemerkt een betere sprinter en als ge een andere sport beoefent hebt ge er uw voordeel nog meer van.

Trouwens, zonder dat men er speciaal bij stil staat, ontwikkelt men bovendien allerlei andere spiergroepen; een honkballer leert echter bovenal snel reageeren in verschillende situaties. Hebt u b.v. wel eens een honklooper zien insluiten of een dubbelspel meegemaakt? Oh, u weet niet wat dat is, wel laten we ons dan met de regels zelf bezig houden.

Slag en wijd

Als doorgewinterde voetbalenthousiast zult ge het nog dikwijls over het elftal hebben, maar bij honkbal volstaat men met twee man minder, dus een negental, waarvan de spelers natuurlijk verschillende functies hebben, tenzij men aan slag is, want dan blijft dit voor alle negen spelers natuurlijk hetzelfde.

We hebben namelijk bij deze sport een veld- en een slagpartij, u weet wel net zoo iets als u het misschien op straat gespeeld heeft met een „brander", waarbij u wellicht een virtuoos was in het slaan met zoo'n ouden bezemsteel tot misnoegen van de buren.

U gooide dan natuurlijk zelf dien Perrybal op, maar zoo gemakkelijk krijgt een honkballer het niet aan slag, want op 18 1/2 meter afstand staat een tegenstander, die den bal opgooit en dat doet de man natuurlijk zoo, dat u hem haast niet kan raken.

Nogal logisch zult u zeggen, dat zoo'n slagman den bal niet kan raken, want die tegenstander, dien men den werper of pitcher noemt, gooit dien bal natuurlijk zoo slecht mogelijk aan van dien afstand. Toch is dat niet het geval, want dat werpen is aan verschillende regels gebonden en lang niet gemakkelijk, want per slot van rekening is de pitcher of werper de man, die het meest in actie is, vandaar dat men in een ploeg over minstens twee werpers moet kunnen beschikken, welke reserve-pitcher dan bij vermoeidheid , van den werper met dezen van plaats kan ruilen.