FRED TROOST

Onmogelijke' vangbal bezorgt HCAW titel

De HCAW-spelers bespringen elkaar na de bizarre ontknoping van de strijd om het kampioenschap. (Foto: Ton Kastermans)
ROTTERDAM - Johnny Balentina, de catcher van Neptunus, legde alle venijn in zijn honkslag. Hard en hoog verdween de bal naar het linksveld, precies tussen de links- en midvelder. De twee Neptunianen op de honken begonnen al te lopen. Linksvelder Arrindell van HCAW was kansloos, maar midvelder Cranston -in volle ren- ving de onmogelijke bal een halve meter boven de grond. Het was de laatste actie van de competitie 1998.

Seconden later werd Cranston bedolven onder zijn gelukkige ploeggenoten. Zij vierden de bevrijding van een bizarre honkbalwedstrijd, waarin HCAW tot de negende inning in de tang van Neptunus-pitcher Cordemans zat. Pas daarna wankelde het Rotterdamse bastion en nam HCAW de 3-2 voorsprong die het dankzij de wonderbaarlijke vang van Cranston behield.
Dat was einde inning, einde wedstrijd, einde Holland Series en einde competitie. Met HCAW als kampioen. In vier duels (10-0,1-11,10-6, 3-2) zette HCAW Neptunus aan de kant.

Nog weer minuten later trok Cranston, inmiddels met een medaille behangen, zijn breedst mogelijke grijns. ,,Ik zag dat het mijn bal was. Alles zat mee: ik zag hem van de knuppel komen, stond in de goede richting, had de goede jump en was precies op tijd. Het was onze laatste kans en ik pak hem. Hier ben ik enorm trots op."

De laatste kans, inderdaad. Want had Cranston de bal gemist - en niemand zou hem dat kwalijk hebben genomen- dan had Neptunus gescoord en het duel gewonnen. En dan was de vijfde wedstrijd noodzakelijk geweest. Cranston, die het 'Geef-nooit-op'-geloof uitstraalde: ,,Wij zagen natuurlijk ook dat Cordemans moe werd en hebben op het juiste moment onze kans gepakt." Met Rob Cordemans is een tweede hoofdrolspeler genoemd. De werper van Neptunus gooide tot de negende inning heel sterk. Er was voor HCAW niets te beginnen tegen de Rotterdamse pitcher die na acht innings en 124 gegooide ballen kon terugkijken op negen maal drie slag, twee maal vier wijd en slechts drie honkslagen tegen. Tegenover zich wist hij de slagmensen van HCAW te beperken tot 28 (minimum in acht innings is 24). Nooit kwam een Bussumer verder dan het eerste honk. Bovendien steunde het Rotterdamse veld zijn pitcher voortreffelijk. Tot drie maal toe reageerden de infielders alert bij een Bussumse poging het tweede honk te stelen.

Het HCAW-veld liet zijn pitcher Patrick de Lange wel enkele malen in de steek. In de tweede inning kon Neptunus dankzij veldfouten drie honken stelen. Waar in de vorige wedstrijden de Neptunus-defensie achtmaal mistastte en HCAW slechts eenmaal, daar waren de verdedigende prestaties dit maal omgekeerd. Door een snelle score van Jaarsma op een slag van Kruijt in de eerste inning en een verkeerd verwerkte bal in de tweede kwam Neptunus met 2-0 voor en dat leek zo te blijven. Als Cordemans het gered had.

Maar dat gebeurde niet. Voor de Rotterdamse pitcher duurde de wedstrijd, en dus eigenlijk het seizoen, een inning te lang. Ineens was Cordemans de kluts kwijt. Hij begon een vrije loop weg te geven aan Koehorst wegens geraakt werper. Daarna mocht Koehorst een honk opschuiven door vier wijd voor Cranston. De opofferingsstoot van Mendes (zijn eerste en enige in het hele seizoen) betekende ook diens einde, maar Koehorst en Cranston kwamen een honk verder. Waarna Berrevoets zich uit liet vangen, maar Koehorst op de verre bal toch kon scoren. Dat was 2-1.

Nog was voor Cordemans de beker der ellende niet leeg. Een wilde worp was voor catcher Balentina onverwerkbaar en dat bracht ook Cranston over de plaat: 2-2. Toen daarna Koenen vier wijd kreeg en Arrindell hem via een tweehonkslag binnenloodste (3-2), was Cordemans' lot beslecht. Het verlies aan Cordemans toeschrijven, is echter te gemakkelijk. HCAW-coach Brian Farley gaf het terecht aan. ,,Zolang je met 2-0 achterstaat, ook al is het tegen een van de beste pitchers van Nederland, is er nog hoop. Neptunus kreeg kansen 3-0 te slaan en dan hadden we het nooit meer gered."

Zo is het maar net. Het leek erop of de slagmensen van Neptunus te veel en te gemakzuchtig op hun pitcher leunden. HCAW's werper Patrick de Lange kreeg maar vijf honkslagen tegen en zijn opvolgers Hubert en Rijst geen.
Waren dan misschien de 136 ballen die Cordemans moest gooien te veel van het goede voor hem? Robert Eenhoorn, de coach van Neptunus, vond van niet: ,,Cordemans is mijn meest ervaren werper en de beste. Dan wacht je zo lang mogelijk met wisselen." Te lang in deze wedstrijd. Voor Cranston kon het niet lang genoeg duren. Waar is die historische bal eigenlijk gebleven? Cranston: ,,Ik heb hem weggegeven aan een ploeggenoot die hem dolgraag wilde hebben. Zelf hecht ik niet zo veel aan dingen. Bij mij zit die bal voor de rest van mijn leven in mijn hoofd."